Onderhoudsschema XS1100


 ONDERHOUDSSCHEMA (volgens het instructieboekje van de xs1100):

                                                           (Uit het Bulletin, met dank aan  Gerard)


Op verzoek van clubleden plaatsen we  vanaf nu in ieder bulletin een stukje over het onderhoud van onze XS zoals beschreven in het onderhoudsboekje van de XS1100. We beginnen met het:

 Tweewekelijks onderhoud (nr. 22)

  • Bandenspanning

  • Oliepeil motor

  • Oliepeil tussentandwielhuis en cardanhuis

  • Veiligheidscontrole

 

Banden
Meet de bandenspanning koud. tot 147 kg belasting: voor 2 bar. achter 2.5 bar; van 147-210 kg: voor 2 bar. achter 2.8 bar; bij te verwachten hoge kruissnelheden: voor 2.5 bar. achter 2.8 bar. Zorg ervoor als je gaat toeren, dat je een haaks luchtnippeltje of een flexibel verloopstukje bij je hebt zodat je bij elke benzinepomp je banden ook kunt oppompen, meestal past het luchtpistool niet langs je remschijven. Controleer ook of er nog wat profiel op je banden zit en of er geen droogtescheurtjes zichtbaar zijn (oude banden).

 Oliepeil motor, versnellingsbak en cardan
Motoroliepeil: zie kijkglaasje, eventueel bijvullen met lOW / 40 SE (15W / 40 mag ook) motorolie.

Oliepeil tussentandwielhuis en cardanhuis
Peil dit met het peilstokje uit het gereedschapsetje (peil tussen 6,5 en 7 cm vanaf bovenkant vulrand, het andere eind van dat stokje gebruik je voor de cardan (peil tussen 2,3 en 2,6 cm vanaf bovenkant vulrand). Mis je dit handige peilstokje dan tap je de olie af en vul de versnellingsbak met 360 cc SAE SOW /90 hypoid transmissieolie en de cardan met 300 cc. van dezelfde olie.

 Veiligheidscontrole:

  • controleer je motor op eventuele loszittende moeren of bouten en gerafelde bedieningskabels;

  • gebarsten wanden van je banden (steentjes en anderescherpe voorwerpen voorband uit het loopvlak halen). Neem ook een noodreparatiesetje mee voor je banden;

  • Wettelijk dient gecontroleerd te worden: verlichting,claxon, richtingaanwijzers (indien aanwezig) en snelheidsmeter.

Volgende keer behandelen we de maandelijkse controle.

 

 Maandelijks onderhoud of elke 1.600 km (nr. 23)

  • Peilen hydraulische vloeistoffen
  • Accupeil
  • Oliepeil tussentandwielhuis en cardanhuis
  • Luchtfilterelement schoonmaken.

 Maandelijks onderhoud of onderhoud om elke 1600 km zijn de zaken voor het wekelijks onderhoud aangevuld met een viertal hoofdpunten, te weten:

 1: Peilen hydraulische vloeistof in het remreservoir van de hoofdremcilinder en van de achterremcilinder.
 In beide reservoirs moet het peil van de vloeistof tussen de merktekens staan. Bij normaal gebruik zal het peil niet snel zakken; dit gebeurt alleen wanneer er een lek in het systeem gekomen is. Dit defect moet dan onmidde1ijk opgespoord en verholpen worden. Naarmate de remblokken slijten daalt het niveau in de reservoirs. Komt het peil onder de onderste peilstreep dan moet u de reservoirs bijvullen. Gebruik hiervoor altijd Don of 5, of SAE J1703 remvloeistof. Indien mogelijk geen verschillende soorten remvloeistof men­gen ook al zijn de specificaties dezelfde. Hierdoor wordt voorkomen dat de resulterende chemi­sche reacties de afdichtingen in het  systeem kunnen"  aantasten. Wanneer het peil zo ver is gezakt dat er lucht in het systeem gekomen is, dient u het remsysteem te ontluchten.

 2. Accupeil.
Standaard is een GS-accu met loden platen en zwavelzuur gemonteerd welke een capaciteit heeft van 20 Amps/uur. Om het peil te kunnen waarnemen dient de accu uit zijn compartiment onder de buddyseat te worden gelicht. Door het doorzichtige plastic huis kunt u zien of het peil zich tussen de bovenste en onderste peilstrepen bevindt en controleer dan ook meteen of de ontluchtingsslang niet verstopt of geblokkeerd is. Is dit niet het geval vul dan iedere betreffende cel bij tot aan de bovenste peilstreep met gedestilleerd water (gebruik hiervoor een trechtertje). Is de motorfiets omgevallen en is er accuzuur gemorst dan moet u het zo snel mogelijk neutraliseren met een loog ­zoals soda- en met rijkelijk veel water wegspoelen. Vul de accu alleen wanneer accuzuur gemorst is, tot het correcte niveau bij met zwavelzuur van juiste soortelijk gewicht
(1,260-1,280).

 3. Oliepeil tussentandwielhuis en cardanhuis.
In onze ijver hebben we dit bij ons wekelijks onderhoud gezet. Knip dit stukje tekst uit het vorige bulletin en plak het hierin. Let op de olieaftapplug welke magnetisch is en steeds gecontroleerd dient te worden op metaalresten en iedere keer schoongeveegd dient te worden.

4. Luchtfilterelement schoonmaken. Draai de viervleugelbouten los waarmee de onderkant van het luchtfilterhuis vastgezet is. De XJ1100 Maxim heeft een kapje aan de zijkant welk met drie schroeven vast zit. Licht het element uit het huis zodat het schoongemaakt en gecontroleerd kan worden. Voor het losse stof even op een hard oppervlak kloppen en de rest van het vuil verwijderen door met perslucht van binnen naar buiten te blazen. Na ongeveer 6-10  keer schoonmaken zal het filter vernieuwd moeten worden: het wordt dan namelijk steeds moeilijker om het filter schoon te krijgen. Defecte luchtfilters leiden tot versnelde motorslijtage en een armer benzinemengsel. Een sterk vervuild filter daarentegen leidt tot een te rijk mengsel en een sterk verhoogd brandstofverbruik. Een K&N uitwasbaar filter is een goedkoop en betrouwbaar alternatief (met 1,5 miljoen km garantie!).
 

 Tweemaandelijks onderhoud of elke 3.200 km (nr. 24)

  • Bougies

  • Carburateurs

 Een hoofdstukje onderhoudsplicht uit het grote XS boek en dit maal,  als vervolg op het maandelijks onderhoud,  het tweemaandelijks onderhoud of elke 3200 km.
Voer eerst de tweewekelijkse 320 km - en maandelijkse 1600 km-beurt uit en doe dan het volgende:
 

1. Bougies:
Reinigen en afstellen elektrodeafstand.
Draai de bougies los en maak het vonkgedeelte en de schroefdraad met een draadborstel schoon. Maak de elektroden met schuurpapier of een sleutelvijl schoon en controleer dan met een voelermaat de elektrodeafstand. Wanneer deze niet correct is, buigt U de buitenste, de massa-elektrode, in de gewenste richting tot de juiste maat tussen de massa- en de centrale elektrode geschoven kan worden. Verbuig nooit de centrale elektrode; als U dat doet, barst de isolator en wanneer dan onder het rijden afgebroken deeltjes in de cilinder vallen, zullen ze behoorlijk veel schade kunnen aanrichten. De juiste elektrodeafstand is 0,7 tot 0,8 mm.
Smeer de schroefdraad licht met MoS2-vet of grafietvet in, zodat de kwetsbare schroefdraad in de cilinderkop heel blijft en latere demontage makkelijker gaat. Draai de bougies met 2,0 mkg vast.

2. Carburateurs:
Controle en afstelling. Wanneer U door rauw lopen van de motor of een te hoog brandstofverbruik gemerkt heeft dat de carburateurs van slag zijn, zult U de afstellingen en synchronisatie van deze instrumenten moeten controleren (of laten controleren). Dit is een nogal tijdrovende klus, waarvoor U onder andere een set vacuümmeters nodig heeft. De synchronisatie gaat als volgt:

De benodigde vacuümmeters kunnen gewone klokmeters zijn of kolommen met kwik of een andere vloeistof, die het vacuüm aangeven, dat in de inlaatkanalen heerst en waaraan afgelezen kan worden of de carburateurs "gelijk" staan. Yamaha levert een enkele vacuümmeter met een vierwegkraan; U kunt ook een set vacuümmeters kopen bij diverse motorspecialisten, die deze ook per postorder kunnen leveren.

  1. Demonteer het zadel en leg een blok hout onder de achterkant van de tank, zodat u bij de aftakpunten voor de vacuümmeters en de synchronisatieschroeven kunt komen. Verwijder de afdichtpluggen van de nippels op de inlaatrubbers van de  nrs. 1 en 4 carburateurs en trek de vacuümslangen van de nippels op de nr. 2 en 3 inlaatbuizen. Zet de benzine kranen voor de duur van de test in de "Pri"-stand. Sluit de slangen van de vacuümmeter aan op de nippels op de inlaatrubbers.
  2. Start de motor (die van tevoren op bedrijfstemperatuur gebracht moet zijn) en stel de vacuümmeters af volgens de specificaties van de fabrikant van de meters. Dit houdt gewoonlijk in dat een kleine dempingsklep zo ingesteld moet worden, dat de meters snel reageren wanneer de gas kleppen open gaan, maar dat ze niet wild gaan uitslaan bij elke omwenteling van de krukas. Stel het stationaire toerental met de stationaire stelschroef (grote kop) af op 1000 tpm. d. Begin de synchronisatie bij de nr. 1 en 2 carburateurs door de synchronisatieschroef ertussen te verdraaien. Yamaha geeft geen specifiek inlaat-vacuümwaarde op; belangrijk is dat de carburateurs dezelfde waarde hebben.

    Hierbij moet u wel bedenken, dat deze operatie alleen zin heeft als de rest van de motor in orde is, d.w.z. dat de compressie van de cilinders in orde is, er geen compressielekken zijn, dat de klepspelingen goed afgesteld zijn, dat de ontsteking klopt enzovoort. Zo mogen er evenmin lekken in de overgangen van het luchtfilter tot en met het uitlaatsysteem voorkomen. Nadat de eerste twee carburateurs gesynchroniseerd zijn, voert u de operatie uit bij de carburateurs nr. 3 en 4 met de stelschroef, die tussen deze twee carburateurs zit.
  3. Nu moet u beide paren carburateurs met elkaar synchroniseren. Dit doet u door de centrale synchronisatieschroef te verdraaien tot de carburateurs nr. 1 en 2 dezelfde meetwaarde geven als de carburateurs nr. 3 en 4. Hierbij zal het toerental van de motor opgelopen zijn, dat u weer tot 1000 tpm terugbrengt. Wanneer u de afstellingen nauwkeurig uitgevoerd heeft, moeten de vier carburateurs nu dezelfde vacuümwaarde geven. Als dit onverhoopt niet het geval is, stelt u het stationaire toerental af op 950-1000 tpm met behulp van dezelfde centrale stelschroef. Belangrijk: in geen geval mag u aan de stationaire mengselschroeven komen!

 

Driemaandelijks onderhoud of 4.800 km (Nr. 21)

  • Olie motor/versnellingsbak
  • Nokkenasketting
  • Controle Ontstekingstijdstip

 Ditmaal behandelen we het driemaandelijks onderhoud of de 4800 km beurt. Uiteraard worden de eerder genoemde werkzaamheden ook uitgevoerd.

 1. Olie motor/versnellingsbak verversen.

Zet een bak met een minimale inhoud van 3 liter onder de aftapplug links voor in het oliecarter en draai de aftapplug los: de olie moet echter afgetapt worden nadat de motor warm gereden is, waardoor de olie makkelijker en vollediger uit het carter kan vloeien. Nadat alle olie weggelopen is, draait U de schoongemaakte aftapplug weer met 4,3 mkg vast (maak ook het gedeelte rondom de aftapopening schoon en controleer de afdichting op de plug). Vervang bij elke verversing het oliefilter. Na montage van de filter in het ronde oliefilterhuis, dit afvullen met plusminus een halve liter olie. Hiermee voorkom je dat de pomp alleen maar lucht aanzuigt. Vul het carter dan met ongeveer 3 liter motorolie (vraag je dealer naar goede kwaliteit voor jouw fiets/ in elk geval geen synthetische olie).
Kijk of het oliepeil tussen de merktekens op het peilglaasje_ staat en laat de motor dan enkele minuten draaien zodat de olie rondgepompt kan worden. Stop dan de motor weer en controleer weer het oliepeil.

 2. Nokkenasketting:
Afstelling kettingspanning, zolang je motor bij stationair toerental geen rammelend geluid maakt, afblijven van de spaninrichting want anders haal je "misschien" een hoop ellende op de hals.
Wil je ondanks deze waarschuwing toch daaraan beginnen raadpleeg dan een specialist of een werkplaatshandboek.

 3. Controle ontstekingstijdstip
Voor deze controle heeft u een stroboscoop nodig, heb je deze niet, laat deze klus dan aan de dealer over. De vervroeging is ook op deze manier te controleren. Controleer in ieder geval of het draaiende gedeelte (aangestuurd door het armpje aan de vacuüm-vervroeger) nog vrij kan bewegen. Zoniet demonteren, schoonmaken, smeren en opnieuw monteren. Tot zover onze wijze tips uit het grote onderhouds-sprookjesboek.

4.  Controle Cardan
Elke vier maanden of 6400 km is het raadzaam deschuifkoppeling van de cardanas te smeren. De smeernippel hiervoor zit op de achtervork vlak voor het cardanhuis. Veeg de nippel vooraf schoon en gebruik molybdeen-disulfidevet met behulp van een smeerspuit.
Aangezien je via de nippel niet alle plekken bereikt verdient het aanbeveling bij iedere bandenwissel even de cardanoverbrenging te demonteren (4 moeren) en het bewuste gedeelte rijkelijk van vet te voorzien
.
Smeer tevens de bedieningskabels met behulp van een trechtertje dat rond de buitenkabel gevormd wordt en dan enkel de kabel bedienen, zodat de olie zich goed verdeeld. Kabels met nylon voeringen die soms gemonteerd zijn mogen niet gesmeerd worden, omdat anders de kunststof voering gaat opzwellen en de kabel gaat klemmen.


Elke 6 maanden of 9.600 km (nr. 26)

  • Klepspeling
  • Bougies
  • Olie tussenbakhuis en cardanhuis
  • Oliefilter

 Voer alle bij de vorige beurten beschreven werkzaamheden uit en dan kom je aan het volgende:

 1. Klepspelingen controle (zie figuur):
De speling van de kleppen wordt bij de Yamaha XS 1100 afgesteld door geharde stalen ronde plaatjes van verschillende
  dikten tussen dc nokvolgers en dc nokken te plaatsen. Aan de ene kant heeft deze constructie als gevolg een nogal ingewikkeld_ afstelprocedure, aan de andere kant kan de motor met deze constructie heel lang draaien zonder dat naar de klepspelingen gekeken hoeft te worden. Je moet de klep speling pas bij deze beurt, of als het kleppenmechanisme te veel herrie gaat maken, controleren en indien nodig bijstellen. Het meten van de klepspeling gaat als volgt: maak eerst een ruwe schets van de cilinderkop met de plaats van de kleppen, zodat de speling van elke klep opgetekend kan worden. Vergeet niet de voorkant (uitlaatkleppen) en de achterkant (inlaatkleppen) aan te geven. Meet nu de klepspeling als volgt (bij koude motor): de nok van de te meten klep moet ongeveer 180 graden van de klep afgewend zijn, schuif de passende voelermaat tussen de grondcirkel van de nok en het stelplaatje en noteer de meetwaarde, d.w.z. de dikte van de voelermaat, die licht schuivend tussen nokcirkel en stelplaatje geschoven kan worden. Doe dit ook bij de overige kleppen. De voorgeschreven speling is voor de inlaatkleppen 0,16-0,2 mm (0,11-0,15 mm voor modellen G (USA) en SG) en voor de uitlaatkleppen bedraagt de toegestane speling 0,21-0,25 mmo Wanneer de gemeten speling hierbuiten valt, moet het klepstelplaatje verwisseld worden voor ecn plaatje dat de juiste dikte heeft, hiervoor heb je speciaal gereedschap nodig. wil je echt weten hoe je dit precies moet doen, bel of schrijf dan even naar de redactie of naar Gerard, dan sturen we je een uitgebreide handleiding met alles erop en eraan.

 2. bougies:
Verwijder en vernieuw de bougies, ook al zullen de bougies na 10000 km nog blijven werken, de vonk wordt slechter en dit heeft een slechte invloed op het benzineverbruik en het milieu. De voorgeschreven bougies zijn van het type NGK BP-6ES of Champion N-8Y. Voor de montage wordt de schroefdraad licht met molycote of copaslip ingesmeerd en stel je de elektrodeafstand in op 0,7-0,8 mm en draai ze niet te vast (2,0 mkg).

 3. olie verversen tussenbakhuis en cardanhuis:
Tap beiden af als de olie warm is, zodat zo min mogelijk olie achterblijft. Vul beide tandwielhuizen met een goede kwaliteit Hypoid-olie, nadat gecontroleerd is of de aftappluggen weer op hun plaats zitten (ook hier geldt: vast is vast!
  ofwel 4,3 mkg). De juiste hoeveelheden zijn als volgt: tussenbak 360 cc en cardan 300 cc. Voordat je de vuldoppen weer  monteert, controleer je nog even met dat handige peilstokje de beide niveaus.

4. oliefilter
Vernieuw je bij elke olieverversing, dit doe je als volgt. Het harmonicavormige filterelement zit in het filterhuis tegen de onderkant van het oliecarter. Nadat de centralebout van het filterhuis los gedraaid is, kun je het huis met het filter los nemen. Voor de milieubarbaren onder ons: hierbij zal wat olie vrijkomen, zet daarom onder het carter een bak om de olie op te vangen, voordat je de filter bout losdraait. Bij het vernieuwen van het filterelement vernieuw je ook meteen de O-ring van het huis. Vergeet niet voordat je het filterhuis monteert, dit eerst te vullen met olie. De centrale filterbout mag niet te vast aangedraaid worden (3,2 mkg).

 Jaarlijks onderhoud of elke 12.800 km (nr. 27)

  • Verversen voorvorkolie
  • Reinigen benzinefilter
  • Controle balhoofdlager          

 Jaarlijks of elke 12800 km

Voer alle, bij de vorige beschreven beurten, horende taken uit en doe dan het volgende:

1. Verversen voorvorkolie
Je moet de dempingsvloeistof van de voorvorkpoten per vorkpoot verversen, zodat de vorkveer in de andere vorkpoot de motor steunt. Trekt de motor op de middenbok en haal de rubber dop uit de vorkplug boven in de vorkbuis (modellen zonderluchthulpvering).
Bij modellen met luchthulpvering wordt de ventieldoplosgehaaid, waarna je het ventiel indrukt tot de lucht uit de vork ontsnapt is. Draai dan de vorkplug los en draai de aftapplug uit de onderkant van dezelfde vorkpoot los, zodat de vorkolie in een bak eronder kan lopen. Druk de voorkant daarbij enkele malen in, tot de olie eruit gepompt is en draai de aftapplug met af dichting weer vast. Vul de vorkpoot met de voorgeschreven hoeveelheid SAE 10W/30 motorolie (USA-modellen SAE
  10 of vorkolie):

Hoeveelheid vorkolie per poot: E, F en O : 212cc, SF 225 cc,  G(USA) 241 cc,  SO 210cc
Voor het nauwkeurig vullen van de voorvork zijn speciale apparaten leverbaar met een zuiger, waarmee je precies de benodigde hoeveelheid in de vorkpoten kunt brengen. Na het vullen monteer je de vorkplug weer en ververs je de andere poot. Bij modellen met luchthulpvering moet je de voorvork weer op spanning brengen (0-36 psi/ 0 -2,5 kg/cm2).

2. Reinigen benzinefilter
Voordat je de benzinekranen loshaalt om de filters te reinigen of om het hevelgedeelte te inspecteren, moet je eerst uiteraard de benzinetankaftappen. Trek de benzineslangen bij de kranen  los en monteer in plaats daarvan een voldoende lang stuk slang, waarmee de benzine in een afsluitbare container (jerry-can) afgetapt kan worden. Draai dan de kranen in de "prime" stand, zodat de benzine door kan stromen in de ...je raadt het nooit... over de vloer?!?!

Nadat je de twee schroeven losgedraaidhebt, die door de kraanflens in de benzinetank geschroefd zijn, haal je de kranen los. Trek de kraan dan compleet met de filterkolom los; als het filter achterblijft, moet je het voorzichtig met een pincet uit de opening werken. Het filter zit op het holle T-stuk gedrukt, dat uit de bovenkant van de tank steekt. Maak het filter met benzine en een zachte borstel schoon. Wanneer veel gereden wordt, of wanneer de gebruikte benzine niet al te schoon is, moet je de filters vaker schoonmaken. Als de filters erg vuil zijn, kun je het beste de tank zelf ook schoon te spoelen. Bij montage nieuwe pakkingen gebruiken.

3. Controle balhoofdlagers
Trek de motor op de middenbok en zet blokken onder de voorkant van het carter, zodat het voorwiel boven de grond blijft en de motor niet voorover kan vallen. Demonteer de balhoofdgroep, zodat je de balhoofdlagers grondig kunt controleren en behandelen. Bij montage vul je na het schoonmaken de lagers met een goede kwaliteit lagervet. Daarna wordt de lagerspeling als volgt gecontroleerd en afgesteld, iets dat je bij stuurproblemen ook tussentijds moet doen. Pak de voorvorkpoten bij de wielas beet en druk ze stevig vooruit en achteruit. Wanneer daarbij ruimte tussen de voorvorkplaten en het balhoofd van het :frame gevoeld kan worden, hebben de lagers speling en moet je ze bijstellen. Als namelijk de balhoofdlagers speling hebben, kan de voorvork gaan schudden en zal het stuurgedrag vaag worden; ook kan dit tot het gevaarlijke shimmy-en (wiggle-wiggle) leiden. Wanneer de lagers speling hebben, los je eerst de klembout, die door de achterkant van de van de bovenste vorkplaat loopt.

 Meteen onder de bovenste vorkplaat zitten op de balhoofdpen, die zelf op de onderste vorkplaat zit, twee gleufmoeren: de bovenste is borgmoer en de onderste is de stelmoer. Los met een haaksleutel de borgmoer, draai de stelmoer eronder steeds een stukje aan, tot de speling in de lagers opgeheven is. Je mag de stelmoer in geen geval te vast aandraaien, daardoor kun je de balhoofdlagers met soms enkele tonnen druk belasten, ook al lijkt het stuur daarbij makkelijk te kunnen draaien. Te strak afgestelde balhoofdlagers veroorzaken ook het slingeren van de motor bij lage snelheden ("zwalken") en in het algemeen een onnauwkeurig stuurgedrag.
De afstelling is correct wanneer de lagers geen speling hebben en het stuur naar beide kanten soepel tegen de aanslag draait, wanneer het voorwiel boven de grond hangt en de motor op de middenbok staat. Met slechts een tikje moet het stuur in beweging komen. Overigens kan het weer vastdraaien van de borgmoer de lagers soms iets belasten; controleer daarom ook na het vastdraaien van de borgmoer of de lagers niet te strak staan.

SLOT

Zo dat was het.
Voor de meesten van jullie zijn de hiervoor beschreven aanwijzingen gesneden koek. Maar misschien helpt dit een nieuwe XS1100 eigenaar aan wat handvatten bij het gebruik en onderhoud van de motor.

 


[1][2][3][4]